Boeken algemeen
Promotiecampagne kinderassortiment

De route wordt opnieuw berekend

In de grote collectiepresentatie die deze zomer in De Pont museum is ingericht, wordt dertig jaar verzamelen bekeken vanuit het turbulente tijdperk waarin we ons momenteel bevinden. Kunst heeft het vermogen mee te groeien met de tijd en nodigt steeds uit tot nieuwe interpretaties. In De route wordt opnieuw berekend – een speelse verwijzing naar de stem van het navigatiesysteem wanneer een onverwachte afslag is genomen – wordt de collectie dan ook bekeken vanuit een moment waarop veel dat vanzelfsprekend leek aan het wankelen is gebracht. We zitten nog midden in een corona-pandemie, worstelen met de gevolgen van ons slavernijverleden, worden geconfronteerd met machtsmisbruik in het #MeToo-schandaal en groepen die zich niet gehoord weten verheffen hun stem.

 

Voor De Pont vormde de lockdown een gedwongen moment van reflectie. Hoe kijken we vanuit de actuele ontwikkelingen naar onze collectie? Waar staan we? En ook: hoe gaan we verder? Martijn van Nieuwenhuyzen, sinds een jaar directeur, maakt in dialoog met conservator Maria Schnyder de balans op met een nieuwe collectie-opstelling vol oude vertrouwde werken, nieuwe aanwinsten en zelden vertoonde stukken en zet zo de collectie op scherp.

 

The Clockshop van Job Koelewijn vormt daarbij een prikkelend en veelzeggend startpunt. Tijd gevangen in een afgesloten klokkenwinkel, die zelf traag heen en weer slingert als een pendule. Je zou zijn beeld kunnen zien als een hedendaags vanitassymbool, maar in de huidige periode doet het werk ook denken aan het moment waarop de wereld door de pandemie tot stilstand leek te komen terwijl de tijd onverminderd en ongrijpbaar doortikte. Zo’n extra betekenis zien we ook bij Catherine's Room, de vijfdelige video van Bill Viola, waarin een vrouw volledig geïsoleerd van de buitenwereld geconcentreerd haar dag- en leef-ritme vormgeeft. Een contemplatief werk over devotie en de cyclus van het leven dat al ruim tien jaar in de collectie te zien is, maar waarin we nu plots onze eigen gedwongen isolatie herkennen.

 

Soms lijken kunstenaars een speciale antenne te hebben voor de tijdgeest. Neem bijvoorbeeld Junction, het woordbeeld dat Lothar Baumgarten in 2003 in De Pont op de muur schilderde. Het werk over de Amerikaanse spoorlijnen die nietsontziend dwars door Indiaanse gebieden werden aangelegd, is na bijna twintig jaar weer te zien en heeft nog niets aan zeggingskracht ingeboet. In twee sprookjesachtige en tegelijk confronterende videowerken reflecteert Kara Walker via een pijnlijk mooi spel met silhouetten op de Afrikaanse diaspora en de bloedige gevolgen van de Amerikaanse rassenscheiding tot ver in de twintigste eeuw en laat ze de kijker zelf conclusies trekken.


En wat verwachten we eigenlijk van de vrouwelijke blik? Monster Chetwynd toont zichzelf als afschrikwekkende vleermuis, Raphaela Vogel als middelpunt van het heelal en Fiona Banner presenteert onderdelen van gevechtsvliegtuigen als pronte borsten. Deze kunstenaars laten zien dat veel vrouwen niet willen voldoen aan de geijkte rolpatronen en halen mannelijke machtsposities en -retoriek onderuit. Hoe kijk je dan vanuit dit perspectief naar het zelfportret van Marlene Dumas?


In deze opstelling worden de werken van Rosemarie Trockel en Michel François vooral een aansporing om steeds opnieuw en steeds beter te kijken. Trockel stimuleert de kinderlijke fantasie en de onbevangen blik met haar uitvergrote speelgoedauto’s. François maakt van dat vermogen bijna de kern van zijn werkwijze. Met schijnbaar gemak transformeert hij alledaagse en nietszeggende situaties als een trui met gaten, een gebroken tl-buis of een gat in de grond tot beelden met een monumentale en poëtische zeggenkracht.

 

De nieuwe route in De Pont voert langs oude bekenden en nieuwe beelden. Langs het stuifmeel dat Wolfgang Laib omtoverde tot een unieke energiebron en dat ook na vele jaren nog onverminderd kracht uitstraalt. Langs de schilderijen van Sigmar Polke die het scheppen heeft verheven tot een mythisch proces: je blijft ernaar kijken zonder het volledig te doorgronden. Uiteindelijk komt alles bij elkaar in de werken van Thomas Schütte, die je verspreid over de hele opstelling tegenkomt. Schütte herinnert ons aan de rol en de betekenis van wat kunst kan zijn: zijn Große Geister bijvoorbeeld, lijken groots en indrukwekkend, maar door hun spiegelende oppervlak verandert hun uiterlijk met elke toeschouwer die tegenover ze staat. Daarmee zijn deze 'geesten' een perfecte metafoor voor wat goede kunst vermag: deze groeit mee met de tijd en nodigt steeds uit tot nieuwe interpretaties.