Natuurbehoud is één van de hoofddoelstellingen van ons park. Waarom vinden we natuurbehoud zo belangrijk? De natuur staat wereldwijd onder druk en we zijn van mening dat wij als dierenpark een actieve rol moeten spelen bij de inspanningen om het tij te keren. Ondanks dat de negatieve berichten het nieuws over de natuur domineren, zijn er gelukkig ook veel hoopgevende initiatieven, vaak van dappere idealisten die stug tegen de stroom in roeien en bijzondere resultaten weten te boeken. In deze reeks artikelen geven we deze inspirerende voorbeelden graag de aandacht die ze verdienen. In deze editie: EAZA en de One Plan Approach.

 

De grotere Europese dierenparken en publieksaquaria hebben zich verenigd in de EAZA (European Association of Zoos and Aquaria). Deze Europese dierentuinvereniging maakt zich hard om de EAZA-leden op actieve wijze aan natuurbehoudsprojecten te koppelen. Om de leden te stimuleren en kennis te delen, vindt tweejaarlijks een Conservation Forum plaats, een congres dat dierentuinbiologen en natuurbeschermers uit het veld bij elkaar brengt. Ook is er een grote database in het leven geroepen, waar EAZA-leden in kunnen kijken welke projecten voor welke diersoort in welk land reeds door een collega-dierentuin worden ondersteund, zodat je makkelijker kunt aanhaken.

 

EAZA onderschrijft daarnaast de moderne aanpak met de naam ‘One Plan Approach’, zoals die ook door de IUCN (de natuurbehoudstak van de Verenigde Naties) gepropageerd wordt. Bij deze werkwijze moeten álle instanties die met soort- en natuurbehoud bezig zijn op elkaar afgestemd samenwerken om gezamenlijk het maximaal haalbare resultaat te halen: zowel regeringen als NGO’s als bedrijven en particulieren. Voor dierentuinen is vooral relevant dat men volgens deze aanpak het managen en beschermen van de wilde populaties en de dierentuinpopulaties van een specifieke diersoort als één geheel beschouwt dat een holistische aanpak vergt.

 

Hoe kunnen de Europese dierenparken en publieksaquaria bijdragen aan soort- en habitatbescherming in het wild, volgens dit nieuwe integrale concept? Allereerst hebben de EAZA-leden veel kennis en expertise met betrekking tot het houden van hun dieren die ze kunnen delen met de mensen in het veld. Het managen van vrij kleine populaties op de best mogelijke manier om een zo groot mogelijke genenpool te behouden, is voor dierentuinen dagelijks werk. In de natuur - met steeds sterker gefragmenteerde leefgebieden en soms nog maar een paar tientallen of enkele honderden individuen die er van een soort over zijn - komt deze kennis goed van pas. Daarnaast zijn de dierentuinen mondiaal gezien de derde grootste donateurs aan natuurbehoudsprojecten: zij spelen dus een belangrijke rol in het financieren van natuurbehoudsprojecten in het wild.

 

Naast financiële bijdrages leveren veel Europese dierenparken en publieksaquaria ook deskundige mankracht die met raad en daad de natuurbehoudsprojecten in het veld ondersteunen en versterken. Zo kunnen dierentuindierenartsen een zeer waardevolle rol spelen bij translocatieprojecten bijvoorbeeld. Dierentuinen en publieksaquaria hebben veel deskundige kennis en veel ervaring opgedaan met het veilig transporteren van dieren van de ene naar de andere locatie. Maar ook als dieren in het wild verdoofd moeten worden voor onderzoek, of om hen bijvoorbeeld uit te rusten met transponders is de kennis van een dierentuindierenarts hoe je bepaalde diersoorten het beste onder narcose kunt brengen erg waardevol.

 

Ook bij het bewust maken van de miljoenen bezoekers die jaarlijks Europese dierenparken en publieksaquaria bezoeken, spelen de EAZA-leden een belangrijke rol. Communicatie over natuurbehoudsprojecten en de urgentie van deze projecten hebben via de EAZA-leden een enorm potentieel bereik. Tevens kunnen zij hun bezoekers activeren om donaties aan deze projecten te doen, of petities te tekenen die aan overheden voorgelegd kunnen worden.

 

Voor sommige bijzonder bedreigde diersoorten zijn herintroductieprojecten mogelijk als bedreigingen in voldoende mate zijn weggenomen en het leefgebied nog voldoende draagkracht heeft. In dit geval kunnen in dierentuinen geboren individuen weer in de natuur worden losgelaten en zijn de dieren in de zoos dus een echte reservepopulatie. De wisenten en - buiten Europa - de przewalskipaarden zijn succesverhalen op dat vlak. Om deze redenen is het belangrijk dat de dierentuinen hun dierpopulaties genetisch zo gezond en gevarieerd mogelijk houden. Voor veel bedreigde diersoorten bestaan daarom Europese populatiemanagementprogramma’s, zogenaamde EEPs: EAZA Ex situ Programmes. ‘Ex situ’ wil zeggen ‘buiten de locatie’, oftewel: niet in het wild, maar in dit geval in dierenparken. Deze EEPs spelen een centrale rol in de One Plan Approach voor specifieke bedreigde diersoorten.

 

Tot slot vormt wetenschappelijk (gedrags)onderzoek aan diersoorten in de EAZA-dierenparken en publieksaquaria een belangrijke bron van kennis over de betreffende diersoort. Deze kennis kan waardevol zijn voor de natuurbeschermer in het veld die met behulp van die kennis nog efficiënter en effectiever kan werken om de wilde populatie te beschermen. Het moraal van het verhaal achter de One Plan Approach is dan ook om alle beschikbare expertise zoveel mogelijk te bundelen met als doel diersoorten zo goed mogelijk te kunnen beschermen en behouden in het wild.