Promotiecampagne kinderassortiment
Boeken algemeen

Burgers' Zoo: waar orang-oetans weer leren om aap te zijn

De Lucie Burgers Stichting financiert onderzoek en natuurbehoud. Onlangs werd een bijdrage overgemaakt aan de Stichting Vier Voeters (respectievelijk aan de internationale tak ervan, ‘Four Paws’), voor hun werk met verweesde orang-oetans in Oost-Kalimantan, Indonesië.


Elke donatie helpt

In het bestuur van de Lucie Burgers Stichting zit onder meer professor emeritus Jan van Hooff. Voor deze bekende bioloog staan de primaten centraal. Dat was al gedurende zijn wetenschappelijke carrière, maar ook daarbuiten als natuurbeschermer. Toen in oktober zijn boek ‘gebiologeerd’ verscheen, kwam de opbrengst van de boekpresentatie in het Safari Meeting Centre van Burgers’ Zoo (bijna vijfduizend euro) ook ten goede aan het orang-oetanproject van Vier Voeters. Dat geld komt goed van pas, want het kost veel tijd en financiële middelen om verweesde orang-oetans op de juiste manier op te voeden en weer te laten wennen aan een leven in het regenwoud.


Kritiek bedreigde soort

Het opvangcentrum ‘Jejak Pulang’- Indonesisch voor ‘de weg naar huis’ - bestaat pas sinds 2018. Het bevindt zich in Oost-Kalimantan, Borneo, tussen de steden Balikpapan en Samarinda in. Het station wordt geleid door Dr. Signe Preuschoft, een Duitse biologe met meer dan twintig jaar werkervaring in het rehabiliteren van mensapen. Het team bestaat verder uit drie dierenartsen, nog een primatoloog en 19 dierverzorgers. Borneo orang-oetans gelden als een kritiek bedreigde diersoort, met name door het verdwijnen van leefgebied, de aanleg van palmolieplantages en de huisdierhandel. Het particulier houden van orang-oetans is illegaal, ook in Indonesië. Gelukkig worden nu al aanmerkelijk minder orang-oetans op de markten verhandeld dan twee decennia geleden, maar het komt helaas nog steeds voor. In beslag genomen dieren kunnen echter niet zomaar terug worden gezet in het regenwoud. Veelal gaat het om dieren van onder de vijf jaar oud die normaliter nog jarenlang in nauw contact met hun moeder zouden staan. Gedurende de eerste acht tot tien jaar van hun leven leren zij alle overlevingsvaardigheden die ze in de jungle nodig hebben.


Na-apen

De jonge orang-oetanweesjes hebben doorgaans een zeer intensieve begeleiding nodig; een dierverzorgster zorgt voor twee kleintjes. Daarbij verricht zij - het zijn bijna altijd dames - niet alleen de reguliere dierverzorgerstaken, maar neemt ze ook de functie van vervangende moeder over. De allerjongste apen hebben vele uren per dag lichaamscontact nodig, voor een gezonde fysieke en mentale ontwikkeling. Zodra de jongen wat ouder zijn, leren ze in de bos-school van elkaar. Lukt dat minder goed, dan geeft een verzorger wel eens ‘bijles’ in bijvoorbeeld het bouwen van een slaapnest van takken en bladeren. Het doel van het project is, om de orang-oetans uiteindelijk weer los te laten in het bos. Maar daarvoor moeten ze eerst de bos-school met succes afronden!