Gaat dat zo(o) achter de schermen?

Terwijl bezoekersvan Burgers' Zoo in de drukke zomermaanden rustig rondkijkend door het dierenpark wandelen, is het team van biologen en dierverzorgers volop in de weer met plannen voor de komende maanden, dagelijkse uitdagingen op dierengebied of voorbereidingen op de komst van een nieuwe diersoort. In deze zomerrubriek nemen we een kijkje bij het reilen en zeilen achter de schermen van het Arnhemse dierenpark Koninklijke Burgers’ Zoo.

 

De ene diersoort is de andere niet. Het gezegde ‘fokken als konijnen’ gaat helaas niet voor alle dierlijke bewoners op. Zo stellen de Maleise beren de biologen en dierverzorgers voor een aantal interessante hoofdbrekens.

 

Maleise beren staan bekend als ‘de kleinste van de grote beren’: in tegenstelling tot de uit de kluiten gewassen Kamtsjatka- en Kodiak-beren (beide zijn ondersoorten van de bruine beer) hebben Maleise beren het formaat van een forse rottweiler. En ook de kleuren komen erg overeen met dit bekende hondenras. De uitspraak ‘In de kleinste flesjes zit meestal de beste parfum’ gaat echter zeker op voor het interessante natuurlijke gedrag van deze beersoort. Maleise beren zijn waarschijnlijk de meest actieve van de grote beren. Deze roofdieren kunnen uitstekend klimmen, graven en zijn verbazingwekkend sterk en snel. In het natuurlijke verspreidingsgebied van deze beersoort heeft de lokale bevolking dan ook heilig respect en terecht ontzag voor deze op het eerste gezicht zo aaibaar ogende dieren!

 

Helder. Maar wat maakt nu dat de Maleise beren voor de nodige uitdagingen zorgen? Allereerst planten Maleise beren zich maar moeizaam voort in de Europese dierentuinen. Zo voorspoedig als de fok met bijvoorbeeld leeuwen, capybara’s of zebra’s verloopt, waar zelfs regelmatig met anticonceptiemiddelen gewerkt moet worden, zo lastig is deze zoogdiersoort tot voortplanting te verleiden. Daarnaast raakt de dierentuinpopulatie van Maleise beren behoorlijk op leeftijd en kampt de populatie met een duidelijk vrouwenoverschot. Vruchtbare mannetjes zijn bijzonder welkom, terwijl een groot aantal vrouwtjes het einde van hun voortplantingsleeftijd ziet naderen. Tenslotte stellen de beren behoorlijk wat eisen aan hun leefomgeving. Zie daar de uitdaging.

 

Voor veel bedreigde diersoorten bestaan Europese fokprogramma’s die door één coördinator met veel kennis van de betreffende diersoort gerund worden. Zo’n bioloog beheert alle beschikbare gegevens van alle dieren van de soort in kwestie die in de Europese dierentuinen leven. De Maleise beer wordt als diersoort maar weinig in Europese dierentuinen gehouden: er zijn in totaal slechts veertig dieren, waarvan dertien mannetjes. Wetenschappers definiëren de populatie Maleise beren in het wild als ‘kwetsbaar tot bedreigd’ en voor deze diersoort bestaat dan ook een Europees fokprogramma binnen de dierentuinen. Burgers’ Zoo heeft dus intensief contact gehad met de coördinator en het advies gekregen om de helaas onvruchtbare man in Arnhem naar de dierentuin van Münster (Duitsland) te transporteren om vervolgens een bewezen fokman uit de dierentuin van Edinburgh (Schotland) te mogen ontvangen. Uit onderzoek van Duitse specialisten met veel ervaring op het gebied van vruchtbaarheidsonderzoek bij zoogdieren is gebleken dat één van de twee Arnhemse berinnen qua voortplantingskansen helaas afgeschreven moet worden. De andere vrouw heeft nog ongeveer vijftig procent kans, maar de klok begint voor haar te tikken.

 

De hoop is dat de komst van de viriele Schotse adonis voor een positieve impuls gaat zorgen bij de ‘dames’. Met als uiteindelijke doel dat hij letterlijk voor leven in de brouwerij gaat zorgen.