Promotiecampagne kinderassortiment
Boeken algemeen

Hoe ‘superieur’ is de Oosterscheldekreeft?

 

Wat is dat toch met de Oosterscheldekreeft (Homarus gammarus)? Daarover gaan allerlei verhalen rond, wat is een feit en wat is een fabel? De Stichting Promotie Oosterscheldekreeft organiseert jaarlijks op de laatste donderdag in maart de opening van het kreeftenseizoen. Tal van sponsors doen een bijdrage en daarvan huurt de stichting diverse boten en die gaan dan – onder aanvoering van een kreeftenvisser (dit jaar kreeftenvisser Gerrie van den Hoek met zijn boot MS3)de ‘eerste’ kreeft vangen. Slechts enkele kreeftenvissers kregen toestemming om voor aanvang van het seizoen de schaaldieren te vangen die nodig zijn bij het openingsfestijn. Een paar grote exemplaren worden dan in een gemarkeerde fuik teruggezet om op de laatste donderdag in maart te worden opgevist door enkele ambassadeurs. Deze diplomaten overhandigen de 'eerste’ kreeft dit jaar aan Joop Braakhekke. Het is dus niet de eerste kreeft die ze tijdens dat feest vangen.

 

Extra controles op de Zeeuwse wateren moeten andere vissers ervan weerhouden om voor de start van het kreeftenseizoen al op de schaaldieren te vissen. Een team onder leiding van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is sinds begin maart actief op de Grevelingen, Oosterschelde en het Veerse Meer om te controleren of vissers zich aan de regels houden. Behalve controleren van vissers, spoort het team ook stropers op. Dit kunnen particulieren zijn die illegaal fuiken uitzetten, maar ook duikers die soms met gewiekste trucjes kreeften roven.

 

Een aantal restaurants heeft na de opening weer Oosterscheldekreeften op de kaart staan. Deze kreeft roemen de restaurateurs om zijn delicate en verfijnde smaak. De kreeft komt op verschillende plekken in de Oosterschelde voor, maar alleen daar waar een steenachtige bodem is. Daar zit die verscholen om van daaruit zijn prooi te bemachtigen. Hoewel, de marien bioloog Arjen Gittenberger onderzocht enkele jaren geleden met een grote groep duikers de Doggersbank en die vonden - tot ieders stomme verbazing - Noordzeekreeften bij scheepswrakken op hard substraat.

 

Laat u niet bij de neus nemen, want de Oosterscheldekreeft is goed te onderscheiden van de Canadese kreeft (Homarus americanus). De Canadese kreeft heeft een groen tot roodbruin pantser, dat egaal kleurt bij het koken. De Amerikaanse kreeft heeft ook vaak in levende lijve een rode gloed. Het pantser van de Oosterscheldekreeft en de Noordzeekreeft is donkerblauw tot zwart met witte plekken. Na het koken blijven deze plekken lichter van kleur. Zo is zelfs een gekookte kreeft te herkennen. Dus altijd doorvragen, want het kan een slinkse verkooptruc zijn. De Oosterscheldekreeft is verder een Noordzeekreeft, of stamt daarvan af, die ooit de Oosterschelde is binnen gelopen.

 

Niet dat er iets mis is met die andere kreeft, maar de Oosterscheldekreeft zou veel meer smaak hebben. Is dat waar? Kreeftendeskundige Gerard Heerebout zegt over het DNA: “Een aantal jaren geleden is onderzoek gedaan naar het DNA van de diverse populaties van de kreeften in de Europese wateren: van de Lofoten tot de Zwarte Zee. Dit onderzoek werd onder andere betaald door de Stichting Promotie Oosterscheldekreeft. Daaruit bleek een wat afwijkend genoom van de Oosterscheldekreeft dat afweek van de nabije populaties in de Noordzee en bij Frankrijk.” We kunnen dus concluderen dat er een zeer geringe afwijking is in het DNA. Maar dat is tussen mij en ieder ander ook. Maakt dat ons tot een bijzonder soort mens? Ik denk het niet.

 

En nu over de smaak. Een marien bioloog zegt: “Wat er van het verhaal waar is, is dat na de strenge winter van 1963, toen alle kreeften zo goed als dood waren, er een geïsoleerde populatie kreeften in de Oosterschelde ontstond. Ongetwijfeld heeft deze populatie een iets afwijkend DNA, maar dat leidt beslist niet tot smaakverschil. Veel belangrijker voor een goede smaak is de waterkwaliteit. Ik heb nog nooit verschil in kreeften geproefd en ik heb toch wel geregeld kreeft gegeten.”

 

Daar komt bij dat Rijkswaterstaat mag doorgaan met het storten van ovenslakken uit de staalindustrie in de Oosterschelde op plekken waar de rivieroevers versterkt moeten worden. Het onderzoek dat Rijkswaterstaat deed, laat volgens de Raad van State zien dat de concentraties zware metalen in de rivier slechts minimaal zijn toegenomen sinds de werkzaamheden in 2009. Dat geldt ook voor het gevreesde vanadium. In poedervorm kan vanadium brandbaar zijn. Vanadiumverbindingen zijn in het algemeen zeer giftig.

 

Journalist Gerard ten Voorde van het Reformatorisch Dagblad verneemt uit de mond van Luit Ezinga, de voorzitter van de Stichting Promotie Oosterscheldekreeft: “Smaakverschillen tussen Nederlandse en Canadese kreeft zijn er nauwelijks. Versheid heeft wel invloed. De Oosterscheldekreeft belandt bij ons rechtstreeks uit het water op het bord. Verser kan niet. Een culinair product om trots op te zijn.” Hij spreekt hier over de Nederlandse kreeft en hij bedoelt daarmee de Oosterscheldekreeft en de Noordzeekreeft.

 

De meeste Canadese kreeften komen bij de goede restaurants ook uit een homarium. Evenals de Noordzeekreeft, waarbij het smaakverschil zelfs door getrainde proevers nauwelijks waarneembaar is. Koks hebben ook hun twijfels bij het smaakverschil. Op het koksforum staat: “Ik heb ze ‘sec’ geproefd, koud, vond het verschil niet echt merkbaar. Vroeger kreeg je alleen maar Nederlandse kreeft, maar toen dat in 1963 fout ging kreeg je automatisch een Canadees.”

 

Het verschil zit voornamelijk in de prijs. De Oosterscheldekreeft kost twee keer zoveel als de Canadese en de Noordzeekreeft. De horeca kan er dus twee keer zoveel aan verdienen.  Redenen hiervoor zijn de schaarste door de beperkte aanvoer en het beperkte aantal vissers dat vergunning krijgt om op kreeft te vissen. In 2015 zijn 34 vergunningen verstrekt om Oosterscheldekreeft te vangen, waarvan er 25 actief worden gebruikt. Hieronder bevindt zich ook een aantal particulieren, die hiermee een leuk zakcentje bijverdienen door rechtstreeks aan restaurants te leveren. Daardoor is ook niet, of slecht te controleren hoeveel kreeften gevangen worden. Het zou beter zijn als de kreeften – evenals bij de mosselen het geval is – verplicht via de veiling verhandeld worden. Er zijn nog steeds ruim voldoende Oosterscheldekreeften voorhanden. Door het storten van slakken is de populatie een beetje minder geworden, maar er zijn nog heel veel kreeften over gebleven. De vissers merken weinig van een afname.

 

Of de Oosterscheldekreeft dat prijsverschil waard is, mag u zelf ervaren.