Kweekvis: zin of onzin?

De laatste tijd verschijnt steeds meer nieuws over kweekvis. Al jaren kweekt men in zeeën en oceanen vis. Dat gebeurt met zalm en andere vissen, zoals kabeljauw. Deze worden in met netten afgesloten kooien tot volwassenheid gebracht. De afgelopen jaren zijn proeven geweest met tarbot en tong en sinds enkele jaren zijn er kwekerijen die de Kingfish, een sub-tropische vis, op het land in bassins te kweken.

 

Zalm

In Nederland verkochte zalm komt voornamelijk uit Noorwegen en Schotland. Kweekzalmen leven daar met honderdduizenden soortgenoten opgepropt in grote kooien in Noorse fjorden, of in Schotse lochs. Ze leven dicht op elkaar en worden daardoor vaak agressief en depressief. Noorse kwekerijen kampen al jarenlang met zeeluizen. Zeeluizen zijn parasieten die een centimeter lang kunnen worden. Ze grazen als een grasmaaier over de zalm heen en strippen zo huid, vlees en bloed van de levende zalm af. De luizen kruipen ook in de kieuwen waardoor ademhalen moelijker wordt. De zalm heeft pijn, en kan ziek worden en doodgaan. Lang zijn die bestreden met behulp van antibiotica, maar steeds meer parasieten zijn daar resistent tegen geworden. Hierdoor hebben deze bestrijdingsmiddelen steeds minder effect. Ook de pesticiden, die worden ingezet als doekje voor het bloeden, zorgen voor stress bij de zalm. De parasieten worden bestreden met grote hoeveelheden pesticiden, of met poetsvisjes die in het wild worden gevangen waardoor de wilde populatie hard achteruit holt. De nieuwste methode is om de zeeluis van de zalm af te wassen met warm water: een stressvolle handeling die veel zalmen niet overleven.

 

Een ander groot nadeel van deze parasieten, die zich bij de in gevangenschap levende kweekzalm hebben kunnen ontwikkelen, is dat zij levensbedreigend zijn voor de wilde zalm. Jaarlijks ontsnappen naar schatting tienduizenden kweekzalmen. Als een wilde zalm met zo’n kweekzalm in aanraking komt, sterft 50% aan deze voor de wilde zalm onbekende parasieten. Zijn immuunsysteem kan er niet mee overweg, waardoor hij uiteindelijk bezwijkt. De lokale vervuiling van de zee heeft logischerwijze weer consequenties voor het ecosysteem in de oceanen. Ook realiseert men zich dat we met zijn allen de oceanen aan het leegvissen zijn. Om één kilo kweekzalm te produceren, moet de kweekzalm in de loop van zijn leven drie tot vijf kilo vis eten. Ongeveer 30% van de in de oceanen gevangen zeevis wordt verwerkt tot visvoer. Daarna is krill als voeding voor de kweekzalm in trek geraakt. Krill zijn zeer kleine garnaalachtige diertjes die zich in groten getale rondom de Zuidpool bevinden en die een belangrijke voedingsbron voor de walvissen zijn. Die zijn ideaal, omdat deze beestjes zich vooraan in de voedselkring bevinden, zijn ze nauwelijks belast met kwik en andere chemische stoffen. Helaas bestaat de kans dat de krillvangst dusdanige vormen aan gaat nemen dat de walvissen bedreigd raken in hun voedselvoorziening.

 

Sinds een tijd is men gericht op een meer vegetarische voeding voor de kweekzalm. Zij krijgen steeds meer olie en meel uit zaden, granen en peulvruchten, zoals lijnzaad, mais en soja. Daarnaast krijgt de kweekzalm chemisch geproduceerd astaxanthine in zijn brokvoer om hem toch zijn gewilde rood-oranje kleur te laten behouden. Het voedsel van de kweekzalm is zo in de loop van de tijd volledig veranderd en verre van wat de zalm in het wild eet. Het gevolg is dat de huidige kweekzalm steeds minder omega-3 vetzuren bevat en rijk is geworden aan omega-6 vetzuren, wat weer invloed heeft op onze volksgezondheid.

 

Tarbot en tong

Sinds kort worden tong en tarbot in loodsen gekweekt in een gesloten productiesysteem in polyester bassins. De tarbot wordt zonder medicijnen gekweekt in een steriele ruimte. Voorheen leefden de vissen in ondiep water dat langzaam stroomt van boven naar beneden. Beneden wordt het water weer gezuiverd en omhoog gepompt. Een deel van het zuiveren gaat met bacteriën die de afvalstoffen omzetten in nitraten en daarbij zo veel warmte afgeven dat daarmee het water op temperatuur blijft. Zestien graden, want dan kunnen eventuele parasieten zich niet vermenigvuldigen en zijn er ook geen medicijnen nodig. Tegenwoordig wil men bronwater hebben. Men haalt nu water uit een vijftig meter diepe zandlaag. Dat water is gefilterd, het heeft altijd dezelfde temperatuur en men is de algen en bacteriën kwijt die wel in natuurwater zitten. Ook hier moeten de vissen drie tot vijf kilo vis eten om een kilo vis te produceren.

 

Kingfish

Tot slot nog iets over de yellowtail kingfish, ook wel Hiramasa en Seriola Lalandi genoemd. Dit is een sub-tropische vis die voorkomt in Australië en in de buurt van Japan. Men brengt deze vis op de markt als alternatief van de met uitsterven bedreigde blauwvintonijn en de merlijn (zwaardvis). Om ervoor te zorgen dat onze vissen altijd in zuiver water zwemmen, gebruiken we schoon zeewater uit de Oosterschelde, een Natura 2000 natuurreservaat. Ons recirculerende aquacultuursysteem (RAS) biedt tal van voordelen. Het verplaatst de wetenschap en de praktijk van de aquacultuur naar het land, waar het nauwkeurig gemonitord en gecontroleerd kan worden terwijl de productie niet van invloed op de omgeving is.

 

 

Deze comfortabele, stressvrije omgeving vindt men ideaal voor het diervriendelijk kweken van pure en gezonde vis, “het equivalent van Kobe-beef”, aldus de producent. Al ontgaat mij de vergelijking tussen vlees en vis. Verder voegt men niets toe. Het RAS-proces ondersteunt antibioticavrije groei en ze gebruiken alleen het hoogste niveau van niet genetisch gemanipuleerde biologische voeding, die ook nog resulteert in een hoog niveau van gezonde Omega 3. De kwekerij draait op 100% groene energie en de producent is bezig met het Best Aquaculture Practices (BAP) en Aquaculture Stewardship Council (ASC) certificering te krijgen. Nu draait het wel op groene energie, maar toch… Er is energie nodig om de kwekerij te laten functioneren.

 

Subsidies

Alle kwekerijen, ook wel hatcheries genoemd, krijgen fikse bedragen aan subsidie. Kingfish Zeeland ontving al hoge bedragen aan subsidie. De kwekerij in de buurt van IJmuiden kreeg, alvorens die failliet ging, miljoenen subsidie. Natuurlijk krijgt men ook subsidie op de opgewekte groene energie. Het blijkt dus dat het – zelfs met subsidie – al moeilijk is om de kwekerij financieel gezond te houden. Zonder subsidie is het nagenoeg onmogelijk om hier een gezonde bedrijfsvoering mee te voeren.

 

Zin of onzin?

Dit blijft een moeilijke vraag. Als we het vorenstaande lezen, dan zien we dat er een voordeel is aan de kweek, namelijk de aanvoer van de vissen wordt gepland en men heeft dus voldoende vissen op het moment dat dat nodig is. Echter er zijn veel meer nadelen. Door heel veel vissen in een kleine kooi of ruimte te kweken liggen ziektes door parasieten op de loer. De zeeluis is er een van. Daarvoor is weer veel antibiotica nodig die de vissen tot zich nemen. Het voer is dusdanig veranderd van het voer dat een vis in het wild eet, dat de gezonde Omega-3 vetzuren in de vis flink zijn verminderd. De parasieten zijn een gevaar voor de wilde vissen, die hiertegen geen verweer hebben. Een economisch gezonde basis van de kweek van vissen is (nog) niet mogelijk zonder ruime subsidies van de overheid. Daarnaast is het vreemd dat hier in Nederland Kingfish wordt gekweekt. Die vis kwam voorheen mondjesmaat naar Nederland en dan alleen als volwassen exemplaren. Nu worden kleine visjes verkocht die niet eens het voortplantingsstadium hebben bereikt. We krijgen hier dus de pubervariant als kweekvis geleverd. En last but not least is de smaak van gekweekte vis anders dan de wildgevangen vis. Persoonlijk vind ik de smaak van de wilde zalm lekkerder dan de smaak van de gekweekte versie. En ons voedsel draait toch ook grotendeels op smaak. Kiest u zelf maar.