Boeken algemeen
Promotiecampagne kinderassortiment

Bourgogne-Franche-Comté: Dichtbij en toch verrassend anders

Velen associëren Frankrijk met het warme zuiden. Nochtans kan je ook korterbij verrassend mooie Franse streken ontdekken. Zo’n vergeten paradijsje op de grens met Duitsland en Zwitserland is Bourgogne-Franche-Comté: Een streek met mooie bosrijke natuur, eigenzinnige rivieren, watervallen en meren, kastelen, lekkere kazen en uitzonderlijke wijnen.
Meer moet dat niet zijn voor een uitstap in het najaar.

 

Klik hier voor de fotoreportage van Miet Waes.

 

 

De revolutionaire Kapel van Le Corbusier

Vertrokken met de Thalys vanuit Brussel, met een overstap in Parijs, komen we vijf uur later aan in Belfort-Montbéliard. Vooraleer we ons kunnen installeren in het hotel worden we op sleeptouw genomen om wat verderop op de heuvel Bourlémont Ronchamps, de wereldbekende kapel Notre-Dame-du-Haut te bezoeken. De kapel, samen met een aantal woningen, die in 1999 het label ‘Erfgoed van de twintigste eeuw’ kreeg, is perfect geïntegreerd in het landschap. Toen de bekende Frans-Zwitserse architect Le Corbusier de vraag kreeg om op de plaats van een afgebrande kapel een nieuwe te bouwen, was hij als atheïst helemaal niet geïnteresseerd. Tot hij vernam dat hij volledig zijn goesting mocht doen. Tussen 1953 en 1955 bouwde de toen 63 jarige architect de wereldbekende kapel, die een revolutie teweeg bracht in de religieuze architectuur van de 20ste eeuw. Opmerkelijk is het zwevend dak dat de betonnen ronde muren niet raakt en de goed gedoseerde lichtinval, die dank zij de vrijgelaten ruimte tussen het gewelf en de betonnen muren, door de kleurrijke glas-in-loodramen binnendringt. Ook heel het interieur en de schilderwerken op de deuren zijn het werk van de eigenzinnige architect Corbusier.

 

Belfort: In het teken van de leeuw

Nadien staat ‘Le safari des lions’ op het programma. Samen met een gids doorkruisen we het gezellige Franse stadje, dat geobsedeerd lijkt door de ‘leeuw’, die alom vertegenwoordigd is:op de gebouwen, de dakgoten, geschilderd op muren en ramen… ‘150 in totaal’ zegt de gids. En dan zien we van ver ‘dé leeuw’, uitgehouwen in de rotsen aan de voet van de citadel. De leeuw van Belfort, die 22 meter lang en 11 meter hoog is, herinnert aan het verzet van de stad tijdens de oorlog van 1870. Voor de beeldhouwer Frédéric Bartholdi, die ook het New Yorkse vrijheidsstandbeeld ontwierp, kon ook de leeuw niet groot genoeg zijn. We klimmen nog wat verder en bezoeken de citadel met zijn vestingswerken, een defensief militair strategisch monument uit de zeventiende eeuw. Ieder bezoeker krijgt een i-pad waarop hij naargelang zijn interesses , meer te weten komt over de geschiedenis, de veldslagen en andere weetjes over het geklasseerde monument. De serieuze klim naar de citadel is de moeite waard geweest. Van hieruit hebben we een prachtig zicht over Belfort en het omringend landschap.

 

Peugeot, de geschiedenis van de bijna tweehonderd jaar oude leeuw

s‘ Anderendaags trekken we naar Sochaux, vlakbij Montbéliard. In het boeiende Musée de l’Aventure toont men de geschiedenis van de bijna tweehonderd jaar oude leeuw, het embleem van Peugeot. Lang voor er auto’s geproduceerd werden, maakte Peugeot koffiemolens, scheermessen, keukengerei, schaatsen, sleeën... en de befaamde peper-molens die nog altijd een gegeerd geschenk-item is. De familie Peugeot was ook de eerste die de fiets introduceerde in Frankrijk. En uiteraard kan je hier ook genieten van de meer dan 200 auto’s van het merk Peugeot, waaronder echte oldtimer pareltjes.

 

Les echelles de la mort: trappen naar de hemel

Tijd voor wat actie en uitdaging. Daarvoor trekken we naar het prachtig natuurgebied in het departement Doubs, genoemd naar de rivier Doubs die op veel plaatsen de grens vormt tussen Frankrijk en Zwitserland. We gaan er in het dorpje Charquemont de ladders van de dood beklimmen. Hier sneuvelden heel wat smokkelaars, die via houten verwijtbare ladders met dieren en etenswaren de kliffen overstaken om de bevolking van de Haut-Doubt te bevoorraden. Omdat velen die tocht met de dood bekochten, kregen die ladders de naam ‘Les echelles de la mort’. Ook de vallei wordt nog altijd ‘La Vallée de la mort’ genoemd. Onderweg zie je veel kleine kapelletjes met een O-L-Vrouwbeeldje waarschijnlijk om via schietgebedjes een veilige klim te claimen. Sedert 2008 zijn er ijzeren trappen aangebracht waar je over een afstand van 500 meter 100 meter hoger de top van de klif bereikt. Geen aanrader voor mensen met hoogtevrees, maar als je je stevig vast houdt, zeker bij regenweer, en niet naar beneden kijkt, valt het mee. Het is ook die helse inspanning waard want eenmaal boven geniet je van een hemels wilde schoonheid, een duizelingwekkend panoramisch zicht op de steile kliffen, rotswanden, weelderige natuur en de vallei waar de river Doubt meandert tussen Frankrijk en Zwitserland.

 

Zout, het witte goud

Als je nu de prijs van een kilo zout ziet, kan je je moeilijk voorstellen dat vroeger zout het witte goud werd genoemd, die alleen betaalbaar was voor de rijken der aarde. Het diende als smaakmaker en bewaarmiddel voor voedsel, maar ook voor de fabricage van glas, zilver en geneesmiddelen. De Jura was vele eeuwen dé Franse hofleverancier voor zout waarin Salins-les-Bains eeuwenlang een sleutelrol speelde. In het centrum ligt de voormalige zoutmijn, die pas in 1962 sloot en nu tot zoutmuseum is omgetoverd. Een gids neemt ons mee voor een ondergrondse ontdekkingstocht door de mijnsite en vertelt over het zware werk van de arbeiders. Nadien trekken we naar de majestueuze zoutziederij, Salines Royales in Arc-et-Senas, een fabriek waar zout verwerkt werd, maar meer de allures van een paleis of een tempel heeft. De verlichte architect Claude-Nicholas Ledoux wilde hier een futuristische stad bouwen met de zoutfabriek als centrum. De arbeiders hoefden zich niet meer te verplaatsen om naar hun werk te gaan en de baas kon alles horen en zien. Zo had de directeurswoning een reusachtig oog met uitkijk op het fabriekscomplex. Toen door de komst van de spoorweg het transport goedkoper werd, verdween het belang van de fabriek en werd het zout aangevoerd vanuit de kuststreken. Salines Royales , die op de Werelderfgoed van de Unesco staat, is een niet te missen attractie.

 

Dole, het kleine Venetië

De tijd die voorzien is om Dole te bezoeken, is veel te kort. Het is zo’n stadje waar je later terug naartoe wilt om uitgebreid te genieten. Dole, gelegen in het midden van de regio Bourgogne-Franche-Comté wordt naast kunst- en geschiedenis-stad, ook het kleine Venetië genoemd. Het gezellige pittoreske stadje wordt omringd door de rivieren Doubt en de Loue. Met een beetje verbeelding zie je de vele leerlooiers, die hier vroeger hun brood verdienden, aan het werk naast de rivier. Hier werd de bekende Louis Pasteur, zoon van een leerlooier, geboren. Zijn geboortehuis is nu een klein, maar heel boeiend museum. Meer tijd is er niet want er is een boottocht voorzien en ook dat is een aanrader. De firma Nicols verhuurt hier een 20-tal boten voor één of meerdaagse rondvaarten.

 

Dijon: Een uiltje als gids

Onze reis naar Bourgogne-Franche-Comté sluiten we af met een bezoek aan Dijon, de hoofdstad van Bourgogne. Het is een kleine, oude middeleeuwse stad – met zicht op de Alpen en de Mont Blanc – bekend om zijn rijke geschiedenis, kunst, gastronomie, wijn en mosterd. Omdat we weinig tijd hebben, raadt een vriendelijke dame op de toeristische dienst ons aan om het ‘Parcours de la chouette’ (Uiltjes trail) te volgen en we krijgen een brochure met de nodige uitleg mee. Het koperen uiltje op de grond breng ons in vogelvlucht langs de architecturale pareltjes uit de 17de en 18de eeuw en andere bezienswaardigheden van de stad. Vooraleer we onze trein huiswaarts nemen, resten ons gelukkig nog enkele uren om het Museum voor Schone kunsten te bezoeken, één van de grootste musea van Frankrijk, gevestigd in het vroegere Paleis van de hertogen van Bourgondië in het centrum van de stad. Het museum is te vergelijken met het Louvre in Parijs. De praalgraven van Filips de Stoute, Jan zonder Vrees en Margaretha van Beieren kregen er een ereplaats. Opmerkelijk zijn de vele schilderijen die verband houden met begrafenisrituelen met als meest waardevolle de Fajoemportretten. De overledene staat er afgebeeld op een houten paneeltje, dat in de eerste eeuw voor Christus in de Romeins-Egyptische stad Fajoem op de mummie van de overledene werd gelegd. De Kapittelzaal herbergt de resten van de Heilige Kapel en van de Orde van het Gulden Vlies ingesteld door Philips de Goede in 1430. Het museum bezit ook een belangrijke collectie Primitieven, schilderijen uit de Renaissance periode, de 19de eeuw en moderne en grafische kunst. Helaas de tijd is te kort, veel te kort, maar de goesting is er alvast om terug te komen want Bourgogne-Franche-Comté heeft nog veel verrassingen in petto.

 

Praktische informatie

Logeren

– Novotel Atria 4 in Belfort
– Grand Hôtel des Bains 3 in Salins-les-Bains
www.hotel-des-bains.fr
www.hotel-lacloche.fr

Eten en drinken

– Les Jardins by la Cloche in Dijon
– Café restaurant van Citadelle de Belfort
Een uniek kader. Het restaurant bevindt zich op de grote binnenplaats voor het historisch museum en biedt traditionele gerechten aan uit de Franche-Comté.
https://caferestaurant-citadelle.com

 

Algemeen

www.bourgogne-tourisme.com

nl.bourgognefranchecomte.com/