Natuurbericht publiceerde nog net in 2022 een verhaal over de voorlente! Mooi woord, ik kende het niet. Logisch, ik ben 72 en in mijn jeugd heette deze tijd van het jaar gewoon nog ‘winter’. Dan ging ik de deur uit met rare dingen bij me onder mijn arm, naar de Waterpartij in de Scheveningse Bosjes achter Madurodam. De vijver had een dikke harde laag. De rare dingen die ik bij me had waren schoenen met lange scherpe ijzers eronder. Ondanks dat ze in Nederland gemaakt werden heetten ze ‘Noren’ en de fabriek ‘Viking’. Voor jonge lezertjes: we noemden het schaatsen.

 

Helaas heb ik door mijn zwakke enkels nooit goed kunnen schaatsen. Ik ging ooit met mijn toenmalige vriendin de Kaag over, zij op kunstschaatsen, ik op noren. Zij was dik een kwartier eerder dan ik in Kaagdorp, waar we bij de koek en zopie (lees: de kroeg!) hadden afgesproken om elkaar weer te ontmoeten. Helaas zit er een mooie vorstperiode deze winter niet meer in. En tegenwoordig hoeft er maar een kleine laagje ijs in de polder op een weiland te liggen en de schaatsbaan gaat open. Het plezier is dan ook altijd maar van korte duur, zo ook deze winter.

 

Vorstperiode

Gek genoeg hadden we in december 2022 een korte vorstperiode, waarin zelfs enkele marathons op natuurijs geschaatst konden worden. Weliswaar op ondergelopen weilanden, maar toch. Ik heb er met plezier naar gekeken, want ik ben een heel erg grote schaatsfan en sla geen wedstrijd op tv over. Maar inmiddels had ik met argusogen naar de boom in mijn tuin gekeken. Ik heb namelijk een heel grote hazelaar in de tuin staan. In februari komt iemand hem snoeien. Maar volgend jaar is ie weer net zo groot. Een hazelaar is geen boom maar een struik. Een boom heeft één hoofdstam, een struik meerdere. Het is dus niet zo dat dat het verschil in grootte bepaalt of iets een boom of struik is, zoals veel mensen denken! Maar dit terzijde, punt is dat deze boom drie weken geleden al in bloei kwam, op 15 december 2022. Met als gevolg dat ik nu mijn eerste hooikoorts van het jaar heb. En goed ook! De hazelaarbloei en de daarmee gepaarde hooikoorts perikelen waren 3, 4 en 5 januari 2023 zelfs landelijk nieuws. Op 5 januari werden overigens ook de elzen genoemd. Het gaat hard nu. Leer er maar mee leven was het commentaar op de radio! Ik heb er geen ernstige problemen mee, het is lastig maar verder niet levensbedreigend!

Waar ik heel erg om heb moeten lachen was het commentaar op Facebook op mijn bericht over de hooikoorts. Iemand antwoordde: “U zei dat de hazelaar in bloei staat. Bloemen? In mijn hazelaar zie ik katjes, maar geen bloemen!” Ja, maar de katjes zijn de bloemen, de mannelijke bloemen om precies te zijn. Degene die reageerde associeerde het woord ‘bloemen’ met zaken als dahlia’s of zo! Maar geen katjes...

En die katjes zitten barstensvol stuifmeel. Dat is voor mensen met hooikoorts goed te merken. De vrouwelijke bloemen, die ook door de wind bestoven moeten worden, lijken echter wel meer op echte bloemen, als was het alleen maar door de kleur. Maar ook hier: schijn bedriegt! Je leest wel eens dat insecten een rol spelen bij het bestuiven van hazelaars, maar dat is niet zo. Imkers planten graag hazelaars naast hun korven aan omdat de bijen na de winter stuifmeel verzamelen, maar ze nemen dat mee naar de korf als wintervoeding.

Ik weet nog goed dat ik voor de eerste keer met klachten bij de huisarts kwam, ik dacht dat ik een hartkwaal had. Mijn huisarts schoot in de lach en onderbrak me na anderhalve zin.: Meneer Adema, u bent ergens allergisch voor. Ik ben daarna uitgebreid getest. Ik was voor alles en nog wat allergisch. Het ergste was katten! Mijn huisarts zei enthousiast: “De katten de deur uit”. Mijn antwoord was: “Over mijn lijk”. Dat werden dus medicijnen!

Het grappige is dat mijn huidige huisarts die ik sinds driekwart jaar heb, getrouwd is met de kleindochter van mijn eerste huisarts in Leiden! En ik ken haar ouders, kennissen van me uit mijn studentenvereniging V.S.L. Catena in Leiden. Ik houd van dit soort rare toevalligheden! Maar dat terzijde!

 

Bloeiende planten in de winter

Tegenwoordig wordt er de laatste week van december door Floron, vanaf kerstmis, het tellen van winterbloeiers georganiseerd. Ik doe er ieder jaar aan mee. Normaliter heb ik dan tussen mijn huis en dat van mijn broer, vier straten verderop, 15 soorten. Dit jaar helaas niet, in totaal slechts één, de paarse dovenetel. Ik heb de waarneming niet eens ingestuurd. De Leidse Hortus botanicus is twee jaar geleden een project gestart: laat stoepplantjes staan! Leuk initiatief, zei de verantwoordelijke wethouder in Leiden, daar gaat de gemeente Leiden aan meewerken. En hij stuurt onkruidbestrijders de stad in, zo ook hier de week voor kerstmis! Nergens voor nodig in mijn straatje. En zeker niet in deze tijd van het jaar. Maar de gemeente Leiden vindt stoepplantjes onkruid dat verwijderd moet worden. Ik heb ooit zo een onkruidbestrijder geprobeerd aan te spreken, toen hij kokend water mijn gang in spoot via de openstaande voordeur. Maar helaas begrijpen de uitvoerders van het bevel ‘onkruid bestrijden’ hier niets van! Daarnaast is de stoep voor mijn huis achter de rooilijn en mijn gang achter de voordeur mijn eigendom, waar de verantwoordelijke wethouder zeker geen kokend water had mogen spuiten!

 

Voorjaarsbloeiers

Ik ging als jonge jongen iedere lente met mijn kleine zusje (zij is inmiddels ook al grootmoeder!) het eerste bloeiende speenkruid zoeken, om een klein bosje te plukken en dan thuis in een vaasje (meestal een borrelglaasje van mijn vader) te zetten. Wat voorjaarsvrolijkheid in huis halen. Tegenwoordig staan het eerste speenkruid en de eerste winterakonieten al half december in bloei! De grens tussen de seizoenen vervaagt steeds meer en dat vind ik een verarming.

Maar let op. Niet alles is zoals het lijkt! In de pers, vooral in een landelijk dagblad uit Amsterdam, verschijnen eind oktober, begin november alarmerende berichten over de klimaatverandering, geflankeerd door foto’s van bloeiende sneeuwklokjes. Maar dat is altijd het brede sneeuwklokje, Galanthus elwesii, en dat hoort nu te bloeien. Er zijn net zo veel herfstbloeiende sneeuwklokjes en herfstbloeiende krokussen als voorjaarsbloeiende! Maar omdat wij sneeuwklokjes en krokussen met het voorjaar associëren zijn die, in tegenstelling tot in Engeland, bij ons nooit populair geworden. Het voorjaarssneeuwklokje, Galanthus nivalis, bloeit redelijk op tijd, maar staat wel al op diverse plekken in knop. De herfstbloeiende sneeuwklokjes zijn in de jaren ’50 van de vorige de nek omgedraaid door het Orkest zonder Naam en het kinderkoor De karekieten: ‘Als in Holland de sneeuwklokjes bloeien, komt de lente’. Geef mij dan maar Lia Dorana met ‘geachte cliënte, het wordt lente!” van, wie anders dan Annie M.G. Schmidt, ook uit de jaren’ 50!

 

 

Wat betreft grappige berichten in het eerdergenoemde dagblad: ‘Het wordt nu echt lente! In januari al futen met een jong in de Amsterdamse grachten!’ Ik heb er spijt van dat ik de foto niet heb bewaard. Het was namelijk een dodaars in een groepje futen!

 

Bloeiende knollen in de herfst en winter

 

Colchicum autumnale

Zoals u ziet schrijf ik knollen en niet bollen. Dit stukje gaat immers over de herfsttijloos en krokussen en die hebben een knol. Een knol is een verdikt stuk stengelweefsel met reservevoedsel. Een bol echter is een ondergrondse stengel met alles erop en eraan. Stengel en bladeren, de bolrokken. Het bekendste voorbeeld van een bol is de ui.

 

Crocus-speciosum.

De herfsttijloos, Colchicum autumnale, wordt geregeld aangezien voor een krokus en geeft zodoende ook vaak aanleiding tot verwarring. Een echte herfstkrokus die je steeds vaker ziet is de saffraankrokus, Crocus sativus, waarvan de stampers de bekende specerij leveren. Dat je de saffraankrokus steeds vaker ziet komt niet door de klimaatverandering. De soort komt echter steeds meer in de mode! Ooit vertelde ik een groepje studenten tijdens de rondleiding voorafgaand aan de introductieborrel: “Kijk eens wat een mooie krokussen” bij een groep herfsttijlozen. Toevallig passeerde er een bezoekster die uitgebreid ging vertellen dat het geen krokussen waren. Ik ging ijzerenheinig door met het uitleggen wat het verschil tussen herfsttijlozen en krokussen is. De passerende bezoekster werd kwaad! Ze dacht dat ik haar in de maling nam, maar het waren uiteraard de studenten die ik ertussen nam. Maar ik genoot wel heel erg van het moment.

 

Herfststijloos.

Wel erg vond ik enkele jaren geleden de aanbieding bij de kassa van Intratuin in Leiden (bestaat niet meer, er komt een woonwijkje op die plek): “Nu speciaal: Herfststijlloos!” Je had van een tuincentrum beter kunnen verwachten. Overigens worden knollen van de herfsttijloos veel verkocht als droogbloeier. Iets waar ik een faliekant tegenstander van ben. De knollen zijn heel zwaar giftig en een klein stukje is al dodelijk voor een jong kind. De gifstof, Colchicine is overigens in een heel lage dosis een goed middel tegen jicht. Ik slik het geregeld.

Ik dacht dat mijn column klaar was, maar toen kwam het NPO-nieuws. Europa zit in een winterse hittegolf. Het is nog nooit zo warm geweest in deze tijd van het jaar als nu. Ik denk niet dat er nog een Elfstedentocht in zit dit jaar! Ik ben benieuwd of de Keukenhof er al rekening mee heeft gehouden met de openingsdatum! Maar zeg nooit nooit. Na weken van geweeklaag krijgen uitbaters van skipistes in de alpen dit weekend te maken met hevige sneeuwval!

 

Er is binnenkort nog een telling!

Ik kreeg vandaag een oproep van Sovon en vogelbescherming om mee te doen met de tuinvogeltelling over twee weken. Ook hier doe ik ieder jaar aan mee. Dat is heel erg leuk. Ik tel altijd samen met mijn mede-ornitholoog!

 

De mede-ornitholoog.

Ik roep iedereen op om mee te tellen. Het is een heel nuttig onderzoek. Maar ook hier is de hoge temperatuur te merken, ik heb opvallend weinig vogels in de tuin deze winter, dus dat wordt straks een magere oogst. Maar ook dat is een belangrijke waarneming. In de aanwijzingen voor het tellen staat dat je niet 10 keer dezelfde koolmees moet tellen. Of zoals Fokke en Sukke, 200 keer dezelfde merel. Ik heb iedere dag 5 merels in de tuin. Maar die kan ik individueel herkennen. Aan de kleur van de veren en de snavels.