Boeken algemeen
Promotiecampagne kinderassortiment

Olijfolieperikelen in de politiek

In de begintijd van de consumentenbond bestonden de alom geroemde tests uit zaken zoals het tellen van het aantal lucifers in een lucifersdoosje. Ook het effect van het gewicht van een volwassen man op treinrails van de verschillende merken miniatuurtreinen was een hot item. Geen kind zou het overigens in zijn hoofd halen om op rails van Märklin te gaan staan, zoiets doen alleen bezorgde redacteurs van de Consumentengids. Ik moest hieraan denken toen ik het nieuwe besluit van de ambtenaren van de EU onder ogen kreeg, namelijk het verbod voor eetgelegenheden op het plaatsen op tafel van een kristallen karaf met olijfolie.  Zogenaamd om fraude met de olie tegen te gaan. Alleen bezorgde ambtenaren in Brussel kunnen zoiets bedenken, iemand die van lekker eten houdt, proeft meteen het verschil met olie van inferieure kwaliteit. Geen zichzelf respecterende restaurateur zal het in zijn hoofd halen, dat kost hem zijn klanten. Maar misschien zegt het wat over de kwaliteit van de restaurants in Brussel? Of hebben de ambtenaren in Brussel niets beter te doen dan onzinnige maatregelen te bedenken? Het antwoord is duidelijk: “nee!”. Anders worden ze werkeloos en moeten ze naar huis terug. Dat zou overigens wel een hoop overheidsgeld schelen.

 

Olijfolie mag vanaf nu in restaurants alleen nog in kleine plastic wegwerpflesjes worden geserveerd, petflesjes, letterlijk en figuurlijk. Op het wegwerpflesje moet het merk van de olie geprint zijn. Na afloop van de maaltijd is de restaurateur verplicht het aangebroken flesje weg te gooien, ook al is er maar één drup uit. Dit ter bescherming van de consument. Ik begin een steeds grotere aversie tegen het woord ‘consument’ te krijgen. Met een variant op de uitspraak van een Haagsche studente bij de inhuldiging van koning Willem-Alexander: “Ik ben geen consument, ik ben een mens en levensgenieter!”.

 

Het argument dat fraude met olijfolie hiermee voorkomen wordt komt op mij op zijn minst bevreemdend over. Iedere restaurateur, waar dan ook ter wereld, kan flesjes olijfolie laten vullen in nagemaakte merkflesjes. Beste ambtenaar te Brussel, kunt u een valse Rolex van een echte Rolex onderscheiden?

 

Maar Brussel heeft nog een belangrijker argument: het is beter voor de hygiëne. Nu rezen mijn haren me echt te berge. Als olijfolie in een kunststof wegwerkflesje hygiënischer is dan in een glazen karaf, wat is dan de volgende stap?

 

Ik zie het al voor me. Ik verheug me op een diner in een restaurant met op zijn minst één Michelin-ster. Bij het betreden van het restaurant moet je een verklaring ondertekenen dat je op eigen risico het etablissement betreedt. De verklaring wordt opgeslagen in een databank van enkele grote multinationals. Vervolgens worden je kleren bespoten met een insecticide uit een spuitbus voor je de eetzaal mag betreden. Dat vanwege het serveren van de multinationalsgroente, waar u zojuist geregistreerd bent. De eetzaal van het restaurant biedt de volgende aanblik: Wedgwood of Sphinx servies, Glazen van Leerdam, bestek van Villeroy en Boch is door de overheid verboden. Ook de kok gebruikt plastic gereedschap, anders is het niet hygiënisch. De tafels zijn gedekt met plastic borden van de Action, het bestek voor eenmalig gebruik is van de Blokker, de olijfolie is gegoten in plastic flesjes van de HEMA. Zout, peper en suiker zitten uiteraard in eenpersoons portiezakjes. De uiterste houdbaarheidsdatum staat er met grote letters op. Koffiemelk is ook taboe, want dat zou wel eens van een koe afkomstig kunnen zijn, in plaats van uit de supermarkt, zoals de voorschriften uit Brussel vereisen.

 

En dan als klap op de vuurpijl, want ook hier heeft een grote multinational de hand in, de wijn wordt geserveerd in plastic bekers met het logo van Kellergeister. De wijn moet overigens aangeboden worden in een verzegelde fles die aan tafel, onder het toeziende oog van de consument geopend moet worden. De consument moet aan de kurk ruiken, als er tenminste nog een kurk is, of de geur hem bevalt. . . . . Hé, hier gebeurt iets raars. Deze laatste maatregel komt me niet onbekend voor. Altijd als ik in restaurant een fles wijn bestelde, was dit ritueel de normale gang van zaken. Zouden er ambtenaren in Brussel zijn die ooit in een restaurant gegeten hebben dat hun budget te boven ging? En kennis van wijn hebben?

 

Europese Unie, zeg eens eerlijk, “waar bent u in vredesnaam mee bezig?"

John O'Mill schreef het al: “hygiëne is mooi, zei de keukenmeid, als het maar niet ontaardt in zindelijkheid”.

Ik zelf zeg: “Ambtenaren in Brussel komen en gaan, maar hun spuitbussen met zweetlucht blijven altijd bestaan!”