Promotiecampagne kinderassortiment
Boeken algemeen

Natuurlijk: het Verbod

 

In 1975 ging ik het huis uit. Ik studeerde biologie in Leiden en vond het tijd om op mijn eigen benen te gaan staan. Mijn kleine zusje kwam thuis met de mededeling dat ze kamer gevonden had en dat deed mij besluiten om ook weg te gaan. Onze ouders vonden het niet leuk, maar ja, je houdt het als ouder niet tegen. Zeker niet omdat 6 broers en zussen ons voorgegaan waren. Ik had een kamer gevonden op de Hogewoerd, recht tegenover de kamer waar Piet Paaltjens boven een doodbidder woonde. Een doodbidder was een wandelende overlijdensadvertentie die van deur tot deur ging om te vertellen wie er verscheiden was. Mijn kamer was een eenvoudig zolderkamertje, net als die van Piet Paaltjens, wat een collega van me inspireerde tot de opmerking: “Hoeveel geld krijg je toe om hier te wonen”. De huur was 100 gulden in de maand, voor die tijd een redelijk bedrag voor zo een kamertje. Maar als ik ‘Vier hoog in de wolken’ van Johan Verminnen hoor, zit ik weer op die plek! Zeker omdat mijn sprookje ook op die manier uitgegaan is.

 

Toen ik mijn kamer betrok vroeg mijn vriendin me wat ik als cadeautje wou. ‘Een wijnrek’, riep ik enthousiast. Nou ben ik helemaal geen wijndrinker, nog steeds niet, maar een wijnrek leek me onmisbaar in een studentenkamer. Ik moet een vooruitziende blik gehad hebben. Ik ben op 21 november jarig. Een noodlottige datum, zoals later zou blijken. . .

 

Het vieren van mijn verjaardag in 1975 zou ook het indrinken van mijn eerste kamer worden, zoals goed Leidsche mores dat voorschrijft. Maar wat je neem me mee als cadeau voor nieuwe zelfstandige kamerbewoner? Anno 1975! In de derde week van november!? Ja zeker lezer, u heeft het helemaal goed geraden: ‘Beaujolais Primeur!’. Ik meen dat ik, ongeluksgetal, 13 flessen Beaujolais Primeur gehad heb dat jaar. Als ik al wijn drink is dat een goede Bordeaux, bijvoorbeeld een Margaux (want die zat ieder jaar in het kerstpakket van de Franse ambassade voor mijn vader, maar daarover later meer) of een lekkere zware Bourgogne, bij een lekker stuk rood vlees of wild.

 

Tot ver in Februari hebben mijn vriendin en ik Beaujolais Primeur gedronken. Tot het mijn neus – een enkele keer zelfs letterlijk – uitkwam.

 

 

Het jaar daarop heb ik op de vraag wat ik als cadeau wilde hebben voor mijn verjaardag uitgeroepen: “Alles, als het maar GEEN Beaujolais Primeur is!”. Op de avond zelf heb ik mijn familie en vrienden bestraffend toegesproken. Ik heb ter plekke voor mijn verjaardag een Beaujolais Primeur Verbod ingesteld, en dat verbod geldt tot op de dag van vandaag.

 

 

Ik ben de Fransen nog steeds dankbaar voor de kernproeven onder Muroroa. De protesten hiertegen in ons land hebben de Beaujolais Primeur-rage definitief de grond in geboord. Ik heb, Dieudonné, nooit meer één fles gekregen.